GRATIS verzending in Nederland
10.000+ tevreden klanten
100% Tevredenheidsgarantie
Snelle klantenservice
Veilig betalen

De Nr. 1 zonnepaneelreiniger!

Aanvraag subsidie warmtepomp


Revolutie in gasland Nederland: de Nederlandse overheid wil dat alle woningen in 2050 van gas zijn. Het doel is om de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving te verminderen. Maar levert het uitfaseren van gas de verwachte resultaten op?

Een paar jaar geleden nog ondenkbaar, maar nu realiteit. Nederland, van oudsher een grote gasproducent waar vrijwel alle huizen op het gasnet zijn aangesloten, wil voor alle woongebouwen gas als warmtebron en koken weghalen. De belangrijkste reden is dat de overheid de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving in 2050 met 80% wil verminderen.

De eerste stappen worden al gezet. 31 gemeenten, waaronder de grootste steden als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, hebben een 'Green Deal' voor 'gasloze wijken' ondertekend, waardoor de komende twee jaar de eerste woonwijken worden losgekoppeld van het net. De komende decennia zullen er nog vele volgen.

In debatten over klimaatbeleid ligt de focus vaak op elektriciteitsopwekking, en de laatste tijd ook op transport, met de verspreiding van elektrische auto's. Maar verwarming is minstens zo belangrijk als energiebron. In Nederland gaat 38% van het energieverbruik naar verwarming. De helft hiervan wordt gebruikt door woongebouwen. En 89% van de Nederlandse huizen heeft een gasgestookte cv-ketel. Al met al draagt ​​verwarming van woningen bij aan circa 10% van de Nederlandse CO2-uitstoot.

Losgekoppeld

Eind 2016 presenteerde de Nederlandse regering haar “ Energieagenda ” (Nederlandstalige link), die aangeeft welk beleid moet leiden tot een bijna CO2-neutrale economie in 2050. Met betrekking tot emissies van gebouwen zijn de twee belangrijkste beleidslijnen zijn betere isolatie om de warmtevraag te verminderen en de vervanging van aardgas door alternatieve brandstoffen met lagere emissies.

Momenteel heeft elke woning of woning nog wettelijk recht op een aansluiting op het gasnet. Deze wet wordt opgeheven en vervangen door een “recht op een verwarmingsaansluiting”. Nieuwe woningen worden in ieder geval niet meer aangesloten op het gasnet. De 7 miljoen bestaande woningen worden stapsgewijs losgekoppeld van het gasnet.

Vanaf 2017 moeten jaarlijks 170.000 huizen worden afgesloten. Lokale overheden zullen een sleutelrol spelen in dit proces. Zij bepalen per buurt, blok of zelfs individueel huis wat de beste alternatieve warmtebron is.

“De bekende, gasgestookte condensketel zal de komende 35 jaar grotendeels verdwijnen”, zegt Jörg Gigler, directeur van TKI Gas, een landelijk kennis- en innovatieplatform gas van de overheid. Het doel van dit platform, waarop 200 bedrijven en onderzoeksinstellingen zijn aangesloten, is het ondersteunen van de transitie van de gassector.

Visie

Dus hoe wil Nederland zijn huizen in 2050 verwarmen als het niet op gas is? De KVGN – de Koninklijke Vereniging van Gasbedrijven in Nederland, waar grote partijen als Shell en netbeheerder Gasunie deel van uitmaken – presenteerde eerder dit jaar een visie (Nederlandstalige link) waarin zij aangaf hoe Nederland van zijn gasverslaving.

Elektrische warmtepompen kunnen alleen worden gebruikt in goed geïsoleerde huizen

Zoals je in onderstaande grafiek kunt zien, zou de vraag volgens de vereniging met 40% moeten dalen als gevolg van betere isolatie. 10% van de vraag wordt nog steeds gedekt met condensatieketels, 15% met elektrische warmtepompen, 15% met hybride warmtepompen en 20% met stadsverwarmingsnetten. Deze laatste zal deels draaien op restwarmte (70%) en deels op geothermie (30%).

De vraag is, hoe effectief zullen deze alternatieven zijn in het verminderen van de CO2-uitstoot? En hoeveel gaan ze kosten? We zullen achtereenvolgens de alternatieven bekijken.

Elektrische warmtepomp

Als je een elektrische warmtepomp hebt die draait op “groene” (hernieuwbare) stroom, is er geen CO2-uitstoot. Maar om dat bij alle warmtepompen te doen, moet er wel voldoende groene stroom beschikbaar zijn. Dat is geen gegeven.

Door het gebruik van warmtepompen neemt de vraag naar elektriciteit toe. De gemiddelde elektriciteitsvraag zal stijgen van 3500 kWh nu naar 5000 kWh (uitgaande van 40% lager energieverbruik), oftewel 50%.

Momenteel is in Nederland slechts 12% van de geproduceerde elektriciteit groen. Meer dan 80% van de elektriciteit komt uit fossiele bronnen (kolen en gas) en de rest uit kernenergie en andere bronnen.

Als de warmtepomp werkt op elektriciteit op basis van fossiele brandstoffen, zal de CO2-uitstoot per woning gemiddeld 925 kilo bedragen. Dat is 40% minder dan bij gebruik van een condensatieketel op gas. Met andere woorden, de productie van groene stroom moet flink worden uitgebreid om elektrische warmtepompen CO2-vrij te maken.

Elektrische warmtepompen hebben nog andere nadelen. Ze zijn vrij duur - inclusief installatie en lage temperatuur radiatoren varieert de aankoopprijs tussen 9.000 en 19.000 euro. Een elektrische warmtepomp die gebruik maakt van buitenlucht is gemiddeld goedkoper dan een elektrische warmtepomp die gebruik maakt van warmte-koudeopslag. Bovendien kunnen elektrische warmtepompen alleen worden toegepast in goed geïsoleerde woningen. Een elektrische warmtepomp levert niet voldoende hoge temperaturen voor huizen die niet goed geïsoleerd zijn.

Hybride warmtepomp

De hybride warmtepomp is een stuk voordeliger dan zijn elektrische tegenhanger: tussen de 4.000 en 8.000 euro. Het rendement is echter sterk afhankelijk van de temperatuur van de buitenlucht. Als dat onder de 12°C komt, wat in Nederland vrij veel gebeurt, daalt het rendement sterk en moet er aardgas worden verbrand, gemiddeld tussen de 20% en 50%.

De productie van groen gas moet drastisch worden opgeschaald. Op dit moment is nog maar 0,2% van het Nederlandse gas groen

Hoeveel CO2 wordt bespaard met een hybride warmtepomp hangt onder meer af van hoeveel groene stroom wordt verbruikt en van het type gas dat wordt gebruikt. Bij gebruik van groene stroom en biogas of “groene waterstofgrenen” is de hybride pomp CO2-neutraal. Maar als 50% aardgas wordt verbrand en de pomp 'grijze' stroom gebruikt, is de uitstoot zo'n 1200 kg CO2 per jaar, wat neerkomt op een besparing van slechts 20%.

Met andere woorden, de emissiereductie van hybride warmtepompen blijft beperkt als er geen extra investeringen worden gedaan in de productie van groene stroom en groene alternatieven voor aardgas.

condensatieketel

KVGN-scenario's laten zien dat in 2050 nog slechts een zesde van de resterende warmtevraag wordt geleverd door een ketel, vooral in huizen die onvoldoende geïsoleerd zijn, waardoor een elektrische warmtepomp onrendabel is. Daarnaast zijn deze woningen vaak niet geschikt voor aansluiting op een warmtenet omdat ze in gebieden met een lage bebouwingsdichtheid staan ​​of waar geen ruimte meer is om ondergrondse leidingen aan te leggen. Gigler schat dat in 2050 zo'n 1 miljoen van de 7 miljoen huizen nog gas nodig hebben, waarschijnlijk in combinatie met een hybride warmtepomp.

Zo zal in 2050 nog steeds gas worden gebruikt in zowel gewone condensatiegasketels als in hybride warmtepompen. Het grootste deel hiervan zal volgens Gigler “groen gas” zijn. De Nederlandse gasindustrie wil de productie van groen gas (biogas dat wordt verwerkt om het geschikt te maken voor levering in het bestaande systeem) en waterstof de komende decennia flink uitbreiden. In landelijke gebieden kan lokaal geproduceerd biogas worden gebruikt.

Om dit te kunnen doen, moet de productie van groen gas echter drastisch worden opgeschaald. Op dit moment is nog maar 0,2% van het Nederlandse gas groen.

Naast groen gas is waterstof volgens Gigler in 2050 een belangrijk duurzaam alternatief voor aardgas. Dit kan worden geproduceerd door duurzame elektriciteit via elektrolyse om te zetten in waterstof. Op dit moment vindt er echter nog nauwelijks productie van dergelijke 'groene waterstof' plaats in Nederland. De waterstof die momenteel in industriële processen wordt gebruikt, is gebaseerd op aardgas. Ook dat vraagt ​​dan om nieuwe investeringen.

Verwarmingsnetwerken

Het vierde en laatste alternatief voor de gasgestookte ketel is een aansluiting op een warmtenet, ook wel stadsverwarming genoemd. Om de emissies van stadsverwarming te evalueren, moeten we weten welke bron voor verwarming wordt gebruikt. Dit kan restwarmte zijn van een elektriciteitscentrale, fabriek of afvalverwerkingsinstallatie, maar ook aardwarmte.

Het grote voordeel van stadsverwarming ten opzichte van een warmtepomp is dat woningen niet per se goed geïsoleerd hoeven te zijn. Bestaande warmtenetten leveren warmte van zo'n 90° C aan huishoudens. Omdat een deel van deze warmte in het net verloren gaat, moeten de bronnen warmte kunnen leveren van 110°C. Faciliteiten die dit kunnen zijn bijvoorbeeld biomassacentrales, afvalverbrandingsinstallaties, warmtekrachtcentrales, geothermische bronnen en restwarmte van industriële processen. Als huizen goed geïsoleerd zijn, kunnen lagere temperaturen worden gebruikt, waarbij andere bronnen in beeld kunnen komen, bijvoorbeeld datacenters of ijsbanen.

Wat betreft de kosten stelt de overheid in Nederland jaarlijks een maximumprijs voor warmtenetten vast, die niet hoger is dan de prijs van aardgas voor verwarming. Voor consumenten zijn er dus geen extra kosten zolang dit beleid van kracht blijft.

De emissiereducties die met warmtenetten behaald kunnen worden, zijn afhankelijk van de bron van de warmte. Uit onderzoek van adviesbureau CE Delft uit 2016 blijkt dat een warmtenet de CO2-uitstoot met 45-70% kan verminderen in vergelijking met een gasketel. De grootste besparing wordt behaald als restwarmte uit de industrie wordt ingezet of aardwarmte. De kleinste besparing treedt op als de warmte afkomstig is van een gasgestookte WKK-installatie, dus als het een bijproduct is van elektriciteitsopwekking.

“We moeten alleen nieuwe stadsverwarmingsnetwerken bouwen in regio’s waarvan we weten dat we in de toekomst voldoende aardwarmte kunnen aansluiten”

Maar warmtenetten hebben ook nadelen en beperkingen. Allereerst kan niemand op een netwerk worden aangesloten. Dat hangt af van de beschikbaarheid van warmte en de afstand tussen bron en klant. “Transportverliezen in warmtenetten zijn een punt van zorg als transport over grote afstanden nodig is. Er mag niet te veel afstand zijn tussen de bron en de gebruiker om efficiënt warmte te kunnen leveren”, zegt Gigler. “In een provincie als Zuid-Holland is het logisch om een ​​groot warmtenet aan te leggen, omdat er in Rotterdam veel restwarmte van de industrie beschikbaar is en er een hoge bebouwingsdichtheid is. Voor andere delen van Nederland kan dat anders zijn.”

Een ander nadeel is dat er langdurig afhankelijk zal zijn van de warmteleverancier. Dit kan tot problemen leiden als de leverancier verhuist of sluit. Een ander probleem met restwarmte is dat het een secundair product is. Dit kan een probleem zijn als er wel warmtevraag is maar het primaire proces niet draait. Deze beperkingen kunnen gedeeltelijk worden verholpen door meerdere bronnen op het netwerk aan te sluiten.

Volgens Gigler zouden warmtenetten in de eerste plaats moeten steunen op het bestaan ​​van geothermische bronnen in de regio. “We moeten alleen nieuwe netwerken bouwen in regio’s waarvan we weten dat we in de toekomst voldoende aardwarmte kunnen aansluiten”, zegt hij. Dit zou een lock-in van de toevoer van fossiele brandstoffen voorkomen. De locaties van aardwarmtebronnen in Nederland worden onderzocht door IF Technology (Nederlandse link).

100% emissiereductie

Dus wat kunnen we concluderen?

Stel dat we per jaar 170.000 huizen van het gasnet gaan afsluiten en dat er alternatieven worden ingezet zoals de KVGN schetst. En stel dat iedereen de komende 35 jaar investeert in isolatie. Ook dan is het niet zeker dat de 'gasloze wijken' zullen leiden tot 80% reductie van de CO2-uitstoot, zoals het kabinet hoopt.

In onderstaande figuur tonen we de eerder besproken emissiereductiemogelijkheden. Hieruit blijkt dat de totale emissiereductie afhankelijk is van de beschikbaarheid van groen gas, waterstof en groene stroom. Alleen als alle warmtepompen op groene stroom draaien en er voldoende groen gas of groene waterstof beschikbaar is voor hybride warmtepompen en ketels, kunnen we er zeker van zijn dat de transitie naar een gasloze samenleving de beoogde resultaten oplevert.

Kortom, de overstap naar gasloos verwarmen is verre van eenvoudig. Maatwerkoplossingen zijn nodig, en meer nog: extra investeringen in duurzame elektriciteitsopwekking, waterstof en groen gas.


Heeft u al zonnepanelen?

Testimonials HTML